• Het telteam v.l.n.r. Henk Voskuilen uit Soest, Paul Bosch van Drakestein en Soester Jan Vos. Reeën komen voor de schemering tevoorschijn om te eten.

    Christine Schut
  • Reeën komen voor de schemering tevoorschijn om te eten.

  • Cees Groenesteijn (l) en Henk van Dorresteijn voor de plattegrond van het gebied.

    Christine Schut

Tientallen mensen het bos in: ,,We doen dit in het belang van ree"

LAGE VUURSCHE ,,We doen dit puur in het belang van de ree." Henk van Dorresteijn is voorzitter van de wildbeheereenheid (wbe) Lage Vuursche. De organisatie die afgelopen dagen reeën en ander wild heeft geteld in haar gebied. Het is een jaarlijks terugkerend ritueel.

Ongeveer dertig in het groen geklede mannen en een enkele vrouw verzamelen zich donderdagavond aan de Vaardehoogtweg in Soest. Eerst bijpraten met koffie en cake. Want sommigen zien elkaar één keer per jaar. Een wbe is een lokaal samenwerkingsverband van jagers, grondbezitters, leden van natuurorganisaties en andere geïnteresseerden. De wbe is een vereniging, gericht op duurzaam beheer van populaties van in het wild levende dieren, bestrijding van schadeveroorzakende dieren en jacht. Om de populaties te kunnen beheren is noodzakelijk te weten welke dieren in welke hoeveelheden voorkomen in een bepaald gebied. Daarom wordt jaarlijks, in heel Nederland, het wild geteld. Met name reeën. Dat gebeurt jaarlijks op ongeveer hetzelfde moment, op de meeste plekken het eerste weekend nadat de zomertijd is ingegaan.

Vuurschenaar Paul Bosch van Drakestein is als grondeigenaar en jager lid van de wbe Lage Vuursche. Hij helpt jaarlijks mee met de telling. Donderdag- en vrijdagavond vanaf 18.00 uur voor het tellen van reeën en zaterdagochtend vanaf 6.30 uur voor al het wild. Van duiven tot eenden en van vossen tot konijnen. ,,Je hebt de wet natuurbescherming die het natuurbeheer regelt. Die wet legt de uitvoering hiervan echter neer bij de provincies. De provincie Utrecht heeft een faunabeheereenheid (fbe) die feitelijk die overheidswet uitvoert. Dit orgaan geeft ontheffingen af, bijvoorbeeld voor het afschieten van wilde dieren. De eenheid bepaalt welke dieren en hoeveel, waar en wanneer mogen worden afgeschoten. De jagers die dit moeten doen, zijn verenigd in de wbe's. De fbe baseert zich op tellingen die in het voorjaar worden gedaan door de leden van de wbe's. Jagers zijn verplicht te tellen wat waar zit. Deze getallen worden vervolgens doorgegeven aan de fbe van de provincie", legt Bosch van Drakestein geduldig uit.

CIJFERS Op de vraag of dit geen fraudegevoelige methode is, omdat jagers wellicht geneigd zijn hogere aantallen door te geven, antwoordt Bosch van Drakestein: ,,Dat heb ik bij ons nog nooit meegemaakt. De fbe bestaat uit mensen met verstand van zaken op natuurgebied. Ook worden de cijfers van de afgelopen jaren vergeleken met de nieuwe. Als die erg zouden afwijken, wordt een onderzoek ingesteld. Hier op de Vuursche tellen we tellen we in drie dagen meestal ongeveer tweehonderd reeën, maar dat komt ook omdat er veel zitten. Maar als het regent of er lopen honden los, kunnen het er zomaar minder zijn." Bewust wordt geteld voordat de schemering invalt, omdat de reeën dan vanuit de bosrand gaan grazen in de weilanden.

De wbe Lage Vuursche beslaat een gebied van ongeveer 13.250 hectare. Dat loopt van knooppunt Hoevelaken tot Huis ter Heide, Bilthoven, Baarn, Soest en langs de Eem. De rijkswegen zijn de grenzen.

PROVINCIEGRENS Soester Cees Groenesteijn is secretaris van de wbe. ,,Sinds vorig jaar mogen wbe's niet meer buiten de provinciegrens vallen. Hilversum hoort bijvoorbeeld bij wbe Gooi en Vechtstreek. Lage Vuursche heeft ongeveer dertig jachtvelden en zestig leden. Met de tellingen doet eigenlijk iedereen mee. Daarnaast zijn er leden van terreinbeherende organisaties, de tbo's. Vorig jaar zijn in ons gebied tachtig reeën doodgereden, alleen op de Hilversumsestraatweg al 22. Daarom is beheer belangrijk. Tachtig is trouwens een forse stijging ten opzichte van 2017, toen waren het er vijftig. We zijn nog aan het zoeken naar de oorzaak. Mogelijk ligt het aan de toenemende recreatiedruk en loslopende honden", aldus Groenesteijn.

WELZIJN ,,We vormen een hechte club. Het is leuk elkaar elk jaar te ontmoeten in deze setting. We doen dit in het belang van het ree, het gaat om zijn welzijn. Afschot is een onderdeel van het beheer van de populatie. Als er teveel komen, worden ze ziek. En in het voorjaar jagen ze elkaar weg. Reeën die worden opgejaagd, kijken nergens naar. Of ze een weg oversteken of niet. Dan komt de verkeersveiligheid in gevaar. We hebben een reewildwerkplan opgesteld waarin tbo's, rijkswaterstaat, de provincie en defensie samenwerken. Dat werpt zijn vruchten af. Denk daarbij aan het plaatsen van wildspiegels die reeën ervan moeten weerhouden wegen over te steken. Als we dat niet deden, was het aantal verkeersslachtoffers veel groter", aldus Henk van Dorresteijn.

Henk Voskuilen (86) uit Soest denkt dat hij al een jaar of dertig reeën telt. Hij is vanavond chauffeur. Jan Vos zit naast hem om de administratie bij te houden. ,,Meestal zien we er tussen de tien en vijftien per avond, afhankelijk van het weer, loslopende honden en drukte. Ik heb gisteravond al even een rondje gereden, toen zag ik er twaalf." Voskuilen beheert zo'n veertig jaar het terrein van de familie Bosch van Drakestein. ,,Het is zo gegroeid dat ik ben gaan helpen met reeën tellen. Het zou leuk zijn als we wat zien, maar dat is afwachten", meldt de baas met een Soester accent.

DERTIEN REEËN Dan gaat iedereen op pad. In kleine teams van minimaal twee personen per auto. Een chauffeur en een bijrijder die de 'score' bijhoudt. Verrekijkers horen tot de basisuitrusting. Rustig gaat de rit door de bossen van Lage Vuursche. Een SUV is onontbeerlijk. ,,Daar zitten ze niet, want daar is net mest uitgereden", weet Voskuilen, wijzend op een groot weiland langs de Embranchementsweg. ,,Dat gras eten reeën niet." April is de tijd dat de jongen worden geboren, dus de meeste vrouwtjes zijn hoogzwanger. Daardoor liggen ze veel en komen ze pas in beweging als ze gaan eten. Ze verlaten dan de beschutting van het bos om in de weides te eten. Dat is ook de plek waar je ze kunt aantreffen, tegen de bosrand. Langs de Vuurse Steeg geen geluk. ,,Ze liggen nog, we zijn te vroeg", bromt Voskuilen. Dan, op de 300 Roedenlaan, na een uur rondrijden, zijn twee dieren zo vriendelijk zich te laten zien. Ze worden meteen genoteerd door Jan Vos. Het volgende uur kunnen nog elf dieren worden toegevoegd. Wat het totaal brengt op dertien.

Of en hoeveel daarvan later mogen worden afgeschoten, bepaalt de provincie Utrecht.