• Caspar Huurdeman

Verdachte partner: 'Ik vond Miranda onderaan trap'

SOEST (JPU)  De partner van Miranda Zitman claimt dat hij de vrouw levenloos onderaan de trap heeft gevonden. ,,Ik kan zeggen dat ik verkeerd heb gehandeld toen ik Miranda vond onderaan de trap", aldus de 56-jarige Soester maandag op een eerste inleidende zitting bij de rechtbank in Utrecht.

Nadat de man zich eind april met 'informatie' bij de politie meldde, werden delen van het stoffelijk overschot van de 52-jarige vrouw opgegraven in de tuin van hun woning aan de Lange Brinkweg. Daarna bleek uit DNA-onderzoek dat een romp die eind januari al in Amsterdam in het water was aangetroffen ook van de kapster uit Soest was. Vrienden en familieleden hadden de vrouw in januari als vermist opgegeven omdat ze geen contact met haar kregen. Volgens haar partner was ze een oude jeugdvriend in Canada gaan opzoeken.

ONDERZOEK PIETER BAANCENTRUM Het openbaar ministerie legt de man voorlopig moord dan wel doodslag en het wegmaken van het stoffelijk overschot van de vrouw ten laste. Hij zou haar eind december al dan niet met voorbedachte rade om het leven hebben gebracht. De officier van justitie benadrukte maandag dat het om een voorlopige dagvaarding gaat omdat het onderzoek nog niet is afgerond. Er moet nog tactisch, digitaal en forensisch onderzoek worden verricht. Bovendien zijn nog steeds enkele lichaamsdelen van Zitman niet gevonden.

Op last van de rechter-commissaris zal de Soester bovendien psychisch onderzocht gaan worden in het Pieter Baan Centrum (PBC). Dat laat echter nog even op zich wachten. Door een wachtlijst kan de verdachte op z'n vroegst pas in oktober in het PBC terecht. De Soester zei in de rechtszaal toe dat hij aan het onderzoek in het PBC zal meewerken. Buiten de mededeling dat hij verkeerd had gehandeld nadat hij zijn partner onderaan de trap had gevonden, wilde de man in de rechtszaal weinig kwijt.

STEEDS MEER ZWIJGEN De aanklaagster wierp de verdachte voor de voeten dat hij zich de laatste tijd 'steeds meer' op zijn zwijgrecht beriep, nadat hij eerst verschillende verklaringen had afgelegd. Volgens haar strookte dat niet met beweringen van de Soester dat hij 'eerbied' zou hebben voor Zitman en de nabestaanden en dat hij wilde meewerken aan het onderzoek.

Zijn raadsman A. van Stralen betwistte dat zijn cliënt wisselende verklaringen heeft afgelegd. ,,Hij heeft alle vragen beantwoord", benadrukte hij dat de Soester uitgebreide verklaringen heeft afgelegd. Dat de man zich op zijn zwijgrecht was gaan beroepen, kwam omdat hij en zijn advocaat geen dossierstukken kregen van het openbaar ministerie. Pas eind vorige week kreeg de raadsman de beschikking over het dossier. Dat wil hij de komende weken met zijn cliënt gaan bespreken.

De strafzaak gaat op 21 oktober verder met een volgende inleidende pro forma-zitting. Daarna komt de zaak op 13 januari opnieuw voor de rechter, maar het is nog maar de vraag of de zaak dan al inhoudelijk behandeld kan worden. Een opname in het PBC duurt zes weken en daarna hebben de gedragsdeskundigen nog enkele weken nodig om een rapport te schrijven. Ook kan de verdediging nog met onderzoekwensen komen.