• René van Hal van de Historische Vereniging Soest diepte voor zijn Soesterbergse gehoor uit het verleden van het dorp.

    Eempers

Nog altijd onbegrip over sluiting basis

SOESTERBERG Zelfs in militaire kringen vraagt men zich nog steeds af waarom uitgerekend de vliegbasis Soesterberg, toch de bakermat van de Nederlandse luchtvaart, is opgeheven. ,,Binnen de krijgsmacht vindt men het nog steeds de meest vreemde discussie waar het over de sluiting van militaire vliegvelden ging.

Jan van Steendelaar

Soesterberg is namelijk de enige vliegbasis die boven de zeespiegel ligt. Dus als men had nagedacht over hoe hoog in de toekomst het waterpeil gestegen zou kunnen zijn, zou men op deze plek nog kunnen opstijgen en landen. Elders is dat dan niet meer het geval."

Het was een van de onderwerpen die woensdagmorgen aan de orde kwam tijdens de maandelijkse themaochtend in dorpshuis De Linde. Gastspreker was René van Hal die de rubriek Verdwenen Soes(erberg) in de Soester Courant verzorgt. Die levert vrijwel ieder keer reacties op, ook uit het buitenland, zelfs uit Amerika en Australië waar oud-Soesterbergers of hun nakomelingen wonen.

Er bleven tijdens de lezing vragen onbeantwoord, maar de bezoekers leverden ook aanvullende informatie, zoals over de Panoramaweg. Aanvankelijk ontbraken hierover gegevens, totdat de weg kon worden gelokaliseerd: een doodlopende asfaltweg vanaf de Amersfoortsestraat naar de Stompert, langs het voormalig koloniehuis De Stompert, later Hemalie.

Bij een foto van een gekostumeerd voetbalelftal kwamen herinneringen boven. De toehoorders maakten duidelijk dat een wedstrijd tussen verklede elftallen in welk feestprogramma dan ook best weer eens aantrekkelijk kan zijn. In 1973 tijdens de oliecrisis was een elftal als sjeik verkleed. De burgemeester kwam voor de aftrap maar eerst werden de spelers voorgesteld. De spelers noemden allemaal dezelfde naam, Opdoelaf. Na de tweede werd dat duidelijk niet meer gewaardeerd….. De laatste gekostumeerde wedstrijd was tussen een Soesterbergs elftal en Amerikaanse militairen.

Om de barrière, in de volksmond de bult, tussen Soest en Soesterberg enigszins te slechten, werd het Soester Hoogt in de jaren dertig afgegraven in het kader van de werkverschaffing. Na de afgraving werd de daardoor ontstane zandweg bestraat met 31.500 straatklinkers. Het was de eerste verharde verbinding tussen Soest en Soesterberg. Er moest voor duizend klinkers 17,55 gulden worden betaald, een hele aanslag op het gemeentelijk budget. Op het hoogste punt ervan, 56 meter boven Amsterdams Peil, werd een uitkijktoren geplaatst en kwamen bankjes te staan

Ook het verdwenen kunstwerk De Vlam of De Fakkel van de in 1997 overleden Soesterbergse kunstenaar Hans Timmer kwam aan de orde. Het was een vierhoekige met kleurrijk mozaïek beklede uitlopende zuil, een geschenk aan Soesterberg van het gemeentelijk gasbedrijf ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan. Het gas kwam uit Zeist. Toen het mozaïek op het Dorpsplein begon af te brokkelen, werd de zuil gesloopt.

Ook aan de in de oorlog verdwenen uitspanning Soesterdal werd aandacht besteed. De gasten waren verheugd dat deze, met enige fantasie, terugkomt in de vorm van de Pleisterplaats op de vliegbasis aan de kant van de Batenburgweg.