• Eempers
  • Eempers
  • Eempers
  • Eempers

Nieuw topstuk in museumcollectie

SOESTERBERG Een bijzondere gebeurtenis donderdagmiddag in het Nationaal Militair Museum (NMM). Daar werden voor het eerst sinds de arrestatie op 8 mei 1945 van de hoogste Duitse bevelhebber in Nederland, Arthur Seyss-Inquart, zijn uniformen, degen en pistool samengebracht door de toevoeging van het pistool. Het was geschonken door het Bevrijdingsmuseum Zeeland, waarvan voorzitter Kees Traas naar Soesterberg was gekomen om de plaatsing van het pistool in de speciale vitrine mee te maken.

Seyss-Inquart werd bij Hamburg door de Canadese officieren gearresteerd. Hoewel hij ontkende een wapen bij zich te hebben, werd bij zijn fouillering in z'n achterzak een klein pistool gevonden. Dit werd in beslag genomen en later als souvenir gegeven aan de Nederlandse tolk die bij de arrestatie aanwezig was omdat hij uit Nederland kwam waar Seyss-Inquart rijkscommissaris was. De tolk, een student, had in de oorlog onder meer in kamp Amersfoort gevangen gezeten. Tot aan zijn overlijden heeft hij het wapen thuis bewaard, waarna het bij één van zijn kinderen terechtkwam. Zij is de dochter van de man die het pistool kreeg.

Het wapen, een semiautomatische Sauer 38 H 7.65 mm., is al die jaren in de familie van de ontvanger gebleven waar het in een kast was opgeborgen, totdat het aan het Bevrijdingsmuseum Zeeland geschonken werd. Hier vond men echter dat met meer in het museum in Soesterberg thuishoorde.

Conservator Matthieu Willems van het museum noemde het pistool, ,,een mooie aanwinst, een getuigenis van deze kerel. Het is toch de belangrijkste Duitse bestuurder die we hier in de oorlog hebben gehad. Hij was eerst stadhouder, later rijkscommissaris van de bezette Nederlanden, zogezegd een kruising tussen een koning en een premier.'' Voor zover bekend is er niet veel van Seyss-Inquart bewaard gebleven. De twee uniformen, zijn militaire en zijn politieke uniform die allebei in Soesterberg te zien zijn, komen ook uit particulier bezit.

Dat ze bewaard zijn gebleven, is bijzonder, want bij de uniformen werd een briefje aangetroffen met de tekst: ,,Deze zijn van klootzak Sess-Inquart. Verbrand ze maar, want niemand zal er interesse in hebben." De degen is in bruikleen afgestaan door Huis Twickel in Delden, waar Seyss-Inquart gevangen heeft gezeten en waar de degen, met inscriptie S.I., later op zolder werd gevonden.

Seyss-Inquart, na Himmler de hoogste SS-er, heeft het pistool waarschijnlijk persoonlijk aangeschaft voor eigen beveiliging. Al zal Seyss-Inquart er wel mee hebben geschoten, het is volgens Willems niet waarschijnlijk dat hij er mensen mee heeft geliquideerd; hij gaf daartoe alleen opdracht. Zijn rol werd echter wel zo belangrijk geacht dat hij tot de 24 kopstukken werd gerekend die in het proces van Neurenberg (1945-1946) en bij de 12 oorlogsmisdadigers hoorde die ter dood werden veroordeeld.

Nadat het pistool van een speciale hanger was voorzien, werd het tussen de twee uniformen en boven het zwaard in de vitrine opgehangen. Daarmee is het museum een topstuk rijker. Of er nog wensen zijn? Willems: ,,Ja, maar die zal nooit in vervulling gaan. We hadden graag het pistool gehad waarmee Willem van Oranje in 1584 werd doodgeschoten. Maar dat is vernietigd."