• Aad Post: ,,Jan Visser was een overvloedige bron van originele en creatieve ideeën: o.a. Artishock, het politiek café Proest en SLAS. -

    Ronald Kersten

In Memoriam: 'Jan Visser trok sporen in suffe Soester samenleving'

SOEST Aad Post, van 1982 tot en met 2010 als redacteur verbonden aan de Soester Courant, kreeg in Rotterdam-Overschie in de vierde klas van de lagere school les van Jan Visser. In Soest kruisten hun wegen zich op talrijke punten. Ze werden zelfs vrienden. Daarom kan er eigenlijk maar één een In Memoriam schrijven over Jan Visser.

Aad Post

Ik leerde Jan Visser in september 1956 kennen, in de vierde klas van de Groen van Prinstererschool in Overschie: hij meester, ik leerling. Dat is eigenlijk altijd een beetje zo gebleven. Van meester Visser, kersvers van de kweekschool, moest ik staartsommen maken, dictees schrijven en psalmversjes leren, inclusief het lied Abide with me, 'Blijf bij mij heer', in het Engels! Meester Visser was zijn tijd vooruit, kun je wel zeggen. Ik herinner me ook dat hij op de gang een etterbak uit de 5e klas een pak slaag gaf. Dat kon toen nog.

Ik was hem uit het oog verloren, maar jaren later liep ik hem in Soest zomaar tegen het lijf en maakten we (opnieuw) kennis. Ik had net het aanbod gekregen om redacteur van de Soester Courant te worden. Jan vond dat ik dat maar moest gaan doen. Ik deed het.

OMSTREDEN REPUTATIE Never a dull moment met Jan Visser, bleek mij algauw. Ik was te laat om zijn acties tegen Centrumplan en Weg over de Eng mee te maken, maar een omstreden reputatie had Jan Visser al. Een activist, al dan niet buitenparlementair, is hij altijd gebleven. Hij trok zijn sporen in de suffe Soester samenleving met allerlei initiatieven: Artishock, het politiek café Proest, de literaire club SLAS, de talkshow Soestand, het journalistenforum op Radio Soest, de Soester Cultuurprijs, de Gouden Oliebol - de unieke vrijwilligersprijs die door GroenLinks nu zo achteloos is opgeofferd − noem maar op.

Soest begon zowaar te bruisen. Zijn betekenis voor het culturele en politieke leven van Soest is enorm geweest. Jan Visser was een overvloedige bron van originele en creatieve ideeën. Lees het boek van Wim de Kam er maar op na.

SPRAAKMAKENDE OPTREDENS Maar de meeste Soesters kenden Jan Visser toch waarschijnlijk van zijn spraakmakende optredens in de suffe politiek van het dorp, vanaf de jaren zeventig. In het begin nam niemand hem serieus, geloof ik. ,,Jan Visser, die praatjesmaker…" hoorde je dan.

Maar hij voelde zich, met al zijn bravoure, al snel als een vis in het water en veroorzaakte van tijd tot tijd heel wat ophef en rumoer. Hij genoot daarvan, en wij op de perstribune ook. Ik herinner me hoe hij VVD-wethouder Plomp een appel en een ei overhandigde, omdat die het Soester Natuurbad voor de waarde daarvan had verkwanseld (al kreeg Jan later zelf de schuld daarvan. Over geschiedvervalsing gesproken…).

GEESTIG EN BRUTAAL Gemeentepolitiek is vooral een zaak van ijdelheid en gewichtigdoenerij. Jan voelde dat ook zo, en kon er smakelijk om lachen. Hij was geestig en brutaal, en had weinig op met conventies. In de gemeenteraad kon hij flink uitdelen, maar hij moest ook veel incasseren en hij werd door heel wat mensen niet bepaald gepruimd. Hij was geestig en brutaal, en had weinig op met conventies. Hij haalde zijn tegenstanders soms het bloed onder de nagels vandaan, trapte sommigen op hun ziel. Hij was wel eens onhandig in de conversatie en kon behoorlijk bot uit de hoek komen. Dat heeft wel mensen van hem vervreemd.

PERSOONLIJKE TRIOMF Het moet een persoonlijke triomf zijn geweest toen hij in 1990 wethouder werd. Van ruimtelijke ordening, en cultuur en voorlichting, wat allemaal op zijn lijf geschreven was. Er waaide een nieuwe wind: een 'Praagse lente' , volgens hem. En inderdaad: hij ging fris van start, introduceerde bijvoorbeeld het wekelijks gesprek met de pers over de besluiten van B. en W. Dat was nieuw en leuk en transparant, zou je nu zeggen, maar het leverde hem van de andere wethouders zó veel kinnesinne op dat burgemeester Hans de Widt het al gauw overnam. Dat was een stuk saaier.

VERMAKELIJKE SAMENSPEL Overigens was het spannend om vanaf de zijlijn het delicate en vermakelijke samenspel te zien tussen de zeer eigengereide wethouder en zijn eenmansfractie − zijn politieke kameraad door de jaren heen, Leidje Tomassen. Dat kraakte en piepte nogal eens. Jan was verre van volmaakt, maar als wethouder ontpopte hij zich als een aangename verrassing, ook voor de ambtenaren. Ze droegen hem op handen. Hij wist slepende conflicten met plaatselijke ondernemers uit de wereld te helpen. Vergis u niet: 'Visserstaete', hoek Dalweg/Steenhoffstraat, is wel degelijk naar hem genoemd!

Spraakmakend was de manier waarop hij het bestemmingsplan voor het buitengebied door de raad loodste, een reeks bijeenkomsten met toeters en bellen, met mensen die er echt verstand van hadden. Jan beschouwde dit onderdeel van zijn portefeuille als zijn grootste succes, heb ik altijd begrepen. Al reken ik persoonlijk zijn optreden als ambtenaar van de burgerlijke stand bij mijn huwelijk in 1991 tot de absolute hoogtepunten van zijn bestuurlijke carrière.

JOURNALISTENFRONT Na de actieve politiek bleef hij niet op zijn krent zitten: hij meldde zich aan het journalistenfront. Zo verscheen in de Soester Courant van zijn hand de populaire rubriek 'Bij ons op Soest', waarin hij bekende of interessante Soesters portretteerde. Het leverde hem goodwill op, die hij later deels weer verloor door zijn scherpe journalistieke columns onder de titel 'Visser'. Daarin volgde hij de gang van zaken in Soest uiterst kritisch, afgewisseld met bijvoorbeeld lyrische ontboezemingen over zijn kleinkinderen. Jan heeft in zijn schrijvende leven op heel wat gevoelige tenen gestaan, vooral ook op die van sommige burgemeesters. Maar schrijven kón hij: niet wollig of verhullend, gewoon recht voor zijn raap.

GEEN HEILIGE Ik ken trouwens weinig mensen die zo efficiënt formuleerden als hij: kort en bondig, trefzeker. Daar ben ik altijd jaloers op geweest. Jan was een idealist, kun je zeggen. Veel linkser hebben we ze in Soest nooit gehad. Hoewel, een echte hemelbestormer was hij ook niet, en zeker geen heilige. Hij hield van de aangename dingen des levens. Toen we negen jaar geleden zo'n beetje tegelijk stopten bij de krant besloten we ons vriendschappelijk contact bestendig te maken met een bescheiden wekelijkse lunch bij de Lindenhof. We hebben daar dus een paar honderd keer samen gegeten en gedronken. En herinneringen opgehaald, vaak samen met andere Soesters. We betaalden trouwens om en om. Als ik het goed heb bijgehouden had ik nog een lunch van hem tegoed, maar acht, laat maar zitten…

GROTE MOND, KLEIN HARTJE En nu is het voorbij, voorbij, o en voorgoed voorbij, om J.C. Bloem te citeren. Ik ben Jan dankbaar voor wat ik van hem heb geleerd, voor zijn vriendschap, voor het plezier, voor zijn humor. Voor zijn schrijfsels, zijn columns, zijn gedichten. Voor die (soms) grote mond van hem en (soms) dat kleine hartje, al was het dan wel een hart van goud, zal ik maar zeggen. Zo herinner ik me hem. Jan Visser − een man om van te houden.

Vaarwel, goede vriend.