• Rechtbank Gelderland

Jeugddetentie- en tbs geëist in strafzaak inbrekersbende

SOEST Werkstraffen, jeugddetentie en jeugd-tbs. De Utrechtse officier van justitie heeft maandag een breed scala aan straffen geëist tegen vijf mannen en een vrouw uit Soest die worden verdacht van het plegen van woninginbraken en het helen van gestolen goederen. Vier van de zes verdachten zouden samen een criminele organisatie hebben gevormd.

Het openbaar ministerie houdt de verdachten in wisselende samenstelling verantwoordelijk voor minstens negen woninginbraken in Soest en Soesterberg, gepleegd in de periode van december 2016 tot augustus 2017. Kopstuk zou een 20-jarige Soester zijn. Tegen hem eiste de aanklager achttien maanden jeugddetentie en jeugd-tbs. Bovendien zou de verdachte een oude voorwaardelijke jeugddetentie van twee maanden alsnog moeten gaan uitzitten.

Tegen vier leeftijdsgenoten eiste de officier van justitie eveneens jeugddetentiestraffen, tot zes maanden onvoorwaardelijk. Twee van hen hebben de geëiste straf al in voorarrest uitgezeten. Ook de 36-jarige vrouwelijk verdachte hoeft van de aanklager niet meer de cel in. Tegen haar eiste hij 180 dagen celstraf, waarvan 72 dagen voorwaardelijk, maar het onvoorwaardelijk deel heeft ze al uitgezeten. Wel zou ze nog 100 uur werkstraf moeten verrichten.

De politie startte vorig jaar een onderzoek vanwege de vele woninginbraken die in Soest werden gepleegd. Dat leidde uiteindelijk tot de aanhouding van de zes verdachten vorig jaar augustus. Bij doorzoekingen stuitte de politie onder meer op vier gestolen laptops die de 36-jarige vrouw in haar woning had verstopt. Ook bij de 20-jarige hoofdverdachte vond de politie gestolen goederen, onder meer een doosje met 50 patronen, afkomstig van een woninginbraak aan de Weegbreestraat.  

De 20-jarige Soester bekende in de rechtszaal dat hij soms had geholpen bij het helen van gestolen goederen, maar hij ontkende dat hij de drijvende kracht was achter de inbraken. ,,Ik geef niemand opdrachten", aldus de man. Hij is de enige verdachte die op het moment nog vast zit. Nadat hij deze zomer met een enkelband naar huis mocht, werd hij opnieuw betrapt bij een inbraakpoging in Maarn. Volgens de Soester was hij na zijn vrijlating druk bezig zijn leven op de rails te zetten, maar was hij in de periode in de war door het overlijden van zijn stiefvader.

Het bewijs tegen de man en enkele medeverdachten stoelt vooral op afgeluisterde telefoongesprekken, waarin gesproken zou worden over het sjouwen met twee zware kluizen die waren buitgemaakt bij een woninginbraak aan de Wiardi Beckmanstraat in Soest, vorig jaar augustus. In een van de kluizen zou 17.000 euro aan contant geld hebben gezeten. Ook overlegden drie verdachten over de verkoop van vier horloges, afkomstig van een andere inbraak.

De officier van justitie houdt de 20-jarige Soester bovendien verantwoordelijk voor een gewelddadige inbraak in een woning aan de Smitsweg in april 2017. De 78-jarige bewoonster betrapte een man op heterdaad in haar slaapkamer. Nadat hij haar tegen een kast had geduwd en in het gezicht gestompt, ging hij er met een trouwring en zilveren broche vandoor. Verdachte telefoongesprekken die hij kort daarna voerde, gingen volgens de Soester echter over zijn betrokkenheid bij een vechtpartij.

De andere mannelijke verdachten ontkenden de beschuldigingen of beriepen zich op hun zwijgrecht. De 36-jarige vrouw betwistte helemaal dat zij binnen de criminele organisatie als heler voor gestolen laptops en sieraden fungeerde, zoals de aanklager bewezen achtte. De vier laptops in haar huis zou ze van de hoofdverdachte hebben gekregen om ze te repareren. Ze zou de laptops maar om één reden hebben verstopt: ze wilde het inbrekers niet makkelijk maken tijdens haar vakantie. Ook benadrukte ze dat ze pas vorig jaar zomer met de hoofdverdachte in contact was gekomen.

De strafzaak gaat dinsdag verder met de pleidooien van de advocaten. De rechtbank doet dinsdag 29 januari uitspraak. Als bijzonder voorwaarde eiste de aanklager onder meer een contactverbod voor de hoofdverdachte en drie mannelijke medeverdachten; ze zouden gedurende twee jaar geen contact met elkaar mogen hebben.