Van Weedestraat

Hoe kan een mens nu woorden krijgen met meneer Smit, in de volksmond Smitje genoemd? Meneer Smit, eigenaar van de tabak- en tijdschriftenzaak op stand, is in zijn smetteloze blazer de voorkomendheid zelf. Onenigheid met zo'n gentleman grenst aan het onmogelijke. Mij lukt het. Zo nu zijn de geruchten en gissingen die jarenlang door Soest gonzen opgehelderd.

En het is eigenlijk een geschil om niets. Het gaat om het roer van mijn pijp. Die is net nieuw en in een ommezien is het roer alweer stuk. Dat is geen werk, zou moeder ook zeggen. Meneer Smit zucht een paar maal en misschien telt hij wel tot tien.

Vervolgens vindt meneer Smit het dan ook geen werk. Maar aan de andere kant vindt hij het begrijpelijk, zo niet heel logisch. Wat krijgen we nu? Nou, ook dat kan meneer Smit, met alle rust die in hem is, uit de doeken doen.

Ik moet namelijk niet te hard op het roer bijten. Dat geeft voor een echte pijproker geen pas. Ik moet meer aan het roer zuigen en waar nodig de pijp licht ondersteunen met de onderlip, dan wel met de linker of de rechterhand. Heel geduldig geeft hij me na deze uiteenzetting ook nog een droge demonstratie van een en ander.

Maar een blinde kan zien dat ik in feite geen echte roker ben. Ik kom maar meteen uit de kast door te melden dat ik ook nog te nat rook. En niet gewoon te nat, maar veel te nat.

Heel eigenlijk rook ik bijvoorbeeld geen sigaretten, ik eet ze meer. En dan het liefst echte Caballero's. Da's pas stoer, want die rookt de zoon van de baas van het reclamebureau waar ik werk ook. En hij durft zo maar tegen zijn vader te zeggen: 'ach man, lul niet.'

Natuurlijk zijn er ook sigaretten met filters, echt iets voor mij, vindt iedereen. Ja doei, ik ben geen meid of zo. Nou, en van vaders royaal gematteerde sigaren word ik in een ommezien misselijk, dus wat hou je dan over? Inderdaad, de pijp en wanneer ik rook zoals meneer Smit me droog heeft gedemonstreerd, nou dan is er helemaal niets meer aan de hand.

Meneer Smit begroet me zelfs op een zonnige zaterdagmorgen met: morgen Simenon hij is binnen hoor, u weet de weg. De geanimeerde gesprekken in de winkel vallen spontaan stil. Ik voel met gemak twaalf of veertien ogen in mijn rug.

Eigenlijk ben ik net een sympathieke kandidaat in het bekende spelletje van de TROS 'Pakt 'ie 'm wel of niet.' Uiteraard pak ik het juiste blad en reken het af.

En meneer Smit zegt zoals iedere maand: heerlijk een verse Playboy, niet inpakken en geen bonnetje zeker?

Boudewijn Paans