Steenhoffstraat

Verstoppertje spelen? Heerlijk, mij kunnen ze er voor wakker maken en ik zou het nog prettig vinden ook en dat komt zo. Door omstandigheden ben ik van nature niet zo behendig in andere straatspelletjes.

Uiteraard kun je daar wat aan doen. Bijvoorbeeld door stante pee de spelregels van pakweg het tikkertje, hinkelen of het belletje trekken te laten veranderen, maar voor je het weet doe je dan voor spek en bonen mee en daar krijg je naar verloop van tijd ook weer genoeg van.

Ook kan je een en ander aanhangig maken bij het orgaan dat gaat over rechten van de mens, maar die rechten worden hier en daar nogal verschillend geïnterpreteerd.

Maar zolang ik bij verstoppertje spelen niet 'ik kom' hoef te roepen heb ik nergens last van. Hoe dat kan? Ach, ik kan het nu makkelijk vertellen, daar ik me vandaag aan de dag nog maar nauwelijks verstop. Maar bij het spelletje maak ik gebruik van het gat, het koninginnengat in de heg van de watertoren. Zo, dat is eruit.

Los van het verstoppertje spelen kruip ik eind april dagelijks door het gat om te zien wat vreemde mannen bij de watertoren allemaal aan het uitspoken zijn. O, en daar doen ze nog heel gewichtig over. De mannen, stuk voor stuk gestoken in een saai grijs uniform, leggen heel gewoon een straalverbinding aan.

Pardon een straalverbinding? Jazeker, door die verbinding kunnen alle televisiekijkers in het land en wie weet ook in het buitenland genieten van het grote feest in de paleistuin. Ik heb trouwens gehoord dat tegenwoordig half Soest en Baarn stevig de ramen moet sluiten om aan de herrie uit de tuin te ontkomen.

Ach goh. Ja, dat zeggen de jongens, waarmee ik verstoppertje speel, die middag ook. Eindelijk hebben ze me gehoord en gevonden. In de grote kuil achter de watertoren.

Zie hoe ik erbij lig. Heel mijn linkerhand ligt open en niet zo'n beetje op. Ik bloed als een rund. Snel naar huis. Eerst krijg ik daar van moeder op mijn kop omdat al mijn kleren onder het bloed zitten en dan scheldt vader me zo'n beetje achterop zijn fiets.

Meteen naar de dokter, die niet eens thuis is, zegt een nogal pinnige mevrouw van de vervanger, die zelf op het punt staat om lekker te gaan zwemmen. ,,Wat is er aan de hand?", vraagt de vervanger ook nog.

Vader wijst alleen maar op mijn hand. De vervanger slaat dan aan het hechten of 'ie het voor de eerste keer doet. En misschien is dat ook zo, want heel mijn leven loop ik rond met een stukje wild vlees in mijn linkerhand.

De vervanger zegt ook: 'En niet meer verstoppertje spelen hoor.'

Boudewijn Paans.