Stadhouderslaan

Om de dag eens leuk te beginnen ga ik mijn vader nadoen. Ik sta al voor de woonkamerdeur. Ergo, ik kan nog staan. Want vader imiteren in een rolstoel geeft geen pas, hoewel.
Vader ontvangt jaren geleden wel vaker mensen in een rolstoel. Dat zijn mannen, die in oorlog zo gewond zijn geraakt dat ze alleen nog maar op een paar grote wielen uit de voeten kunnen. Vader probeert voor die mannen in Den Haag nog wat pensioen los te peuteren. Hij weet daar nogal goed de weg. Soms heeft zijn gepeuter daar, met meer dan starre instanties, enig succes. Maar soms ook niet.
Intussen sta ik nog steeds voor de woonkamerdeur, met het voornemen om mijn vader te imiteren. Dus heb ik mijn haar extra goed gekamd. Alleen met die scheiding wil het maar niet lukken. Maar ik heb uiteraard wel mijn beste blazer aangetrokken. Inderdaad, die uit Baarn van Hoogeveen. En ter hoogte van het hart heb ik mezelf, zij het met grote moeite, vaders imposante trits medailles opgespeld. In de spiegel zie ik zelf dat die dingen eigenlijk best wel heel stoer staan.

Logisch dat vader maar wat trots is op zijn lintjes.

Ga maar na: die ene is van koningin Wilhelmina zelf voor zijn rol in het verzet. En die andere versierselen komen letterlijk uit alle windstreken. Van de sjah van Perzië tot de koning van heel België. Allemaal nemen ze iets voor vader mee, omdat hij zo tot in de puntjes het staatsbezoek in Amsterdam heeft geregeld.
Uiteindelijk kom ik dan de woonkamer binnen om eindelijk mijn act te doen. Maar niemand reageert op mijn optreden. Zelfs de hond niet. Ik wijs nog eens met enige nadruk op de imposante trits medailles, die ik, zoals gezegd, zelf met de nodige moeite heb opgespeld, maar zonder resultaat. Het enige wat ik hoor is dat ik me in vredesnaam niet zo achterlijk moet aanstellen.

Oke, reageer ik als een onbegrepen artiest. En ik steek vaders koninklijke trofeeën zo beheerst als mogelijk in de binnenzak van mijn blazer uit Baarn. En ik denk ook nog: mijn tijd komt wel.

En ik krijg weer eens gelijk. Het is op het Zeeuwse strand in de buurt van Arnemuiden. Richard, mijn vriend uit het andere dorp, nodigt ons uit de herdenking van een landing aldaar van de Engelsen in de Tweede Wereldoorlog mee te maken. Richard weet dat het daar dan altijd nogal gezellig is en dat is het ook.

Ik zit al in een rolstoel en met die blauwe blazer uit Baarn aan denken ze dat ik ook een bevrijder ben.

Nou, en toen ik, tussen de Tommy's, ook nog per ongeluk vaders medailles uit mijn binnenzak haalde, is het nog heel laat geworden.

Boudewijn Paans