Stadhouderslaan

Ik herhaal nog maar even dat ik net zo goed in Soest had kunnen blijven wonen, ook al heeft mevrouw Groen de plaats ingenomen van de overleden Joop Pas. Mevrouw Groen voert haar fysiotherapiepraktijk in het ziekenhuis te Hilversum, maar da's geen punt. Ik kom er toch langs wanneer ik naar de zaak ga.

Of ik verder nog wat te zeuren heb? Ik niet, maar de parkeerwacht van het ziekenhuis wel. Iedere keer wanneer ik mevrouw Groen bezoek, begint hij weer. Ja, hij weet nu wel dat ik vreemd loop, dat ziet zelfs een blinde met bril. Ik beloof de parkeerwacht van het ziekenhuis iedere week weer dat ik achter zo'n invalideparkeerkaart aanga, maar dat doe ik natuurlijk niet. Waarom niet?

Wel, veilig in de beslotenheid van een auto ziet niemand of je gehandicapt bent. Soms is dat best prettig. En zo'n kaart in de auto kan dat gevoel alleen maar bederven. Natuurlijk is dat allemaal struisvogelgedrag. Als je uitstapt is het feestje mooi over. Want in het ziekenhuis loop ik een soort vierdaagse door al die lange gangen naar de behandelbank van mevrouw Groen.

Helemaal niet erg hoor. Met een beetje fantasie loop je dwars door de eerste de beste ziekenhuisfilm, inclusief hollende zusters en peinzende artsen. En zit het een keertje niet mee met je fantasie, dan waan je jezelf in tal van zielige documentaires. De televisie grossiert erin. En live kijk je ook je ogen uit. Vraag me toch nog steeds af waar die interesse voor de zieke medemens vandaan komt. Is het misschien medemenselijkheid, of zien hoever de medische wetenschap al gevorderd is, of blij dat je het zelf niet hebt, of gewoon pure angst? ik weet het nog steeds niet.

Intussen lig ik weer bijna voor lijk op de bank bij mevrouw Groen. Ach, maar dat geloop is toch helemaal nergens voor nodig, zegt ze. O, kan ik dan soms hier met de auto komen? Ach, ik moet niet zo gek doen. Ik doe weer gek.

Natuurlijk, vindt mevrouw Groen, en zegt dat ik toch heel makkelijk via het zusterhuis kan komen, dan ben ik er zo.

Jammer dat mevrouw Groen buiten de parkeerwacht, die bij de pas geschilderde slagboom staat, heeft gerekend. Moet je zien, hij heeft net zijn pet met de glimmende klep nog wat scherper opgezet nadat ik aanstalten maak om in de richting van het zusterhuis te lopen.

Dan roept hij met een radiostem op z'n hardst: Hallo meneer, waar gaan we naar toe? Ik leg hem uit dat ik sneller en makkelijker via het zusterhuis bij mevrouw Groen kom. Dan haalt hij nogal overdreven zijn schouders op en zegt: Je doet maar. Het is je eigen verantwoording.

Wordt vervolgd.

Boudewijn Paans.