Stadhouderslaan

Ik zie hem nog komen. Of beter: ik hoor hem komen, daar ik, heel stom, nog steeds niet door een dichte deur heen kan kijken. Dan gaat de deur van mijn werkkamer open en daar hebben we Marc, de vriend van mijn dochter. Vanuit de verte horen we thuis de naam Marc steeds frequenter langskomen, net of andere namen in een maanloze nacht zijn uitgegumd. O ja, en ook de veronderstelling dat deze Marc wellicht een blijvertje is, krijgt meer en meer vaste vormen.

Tja, want anders zou de genoemde Marc die middag niet in de deur van mijn werkkamer staan. Nee, want van een zichtbare calamiteit is geen sprake. Ik doe gewoon alsof ik aan het werk ben. Heel logisch, als je een werkkamer hebt. Dus is er niets aan de hand, hoewel? Moet je voor de aardigheid eens zien wat die Marc in een hand heeft. Ik tel twee glaasjes en flesje whisky. En dan?

Dan begint Marc het flesje whisky open te schroeven. Maar daar stopt hij dan plotseling mee. Ik denk nog: de jongen stopt natuurlijk omdat de vijf nog niet in de klok is, dus wachten we geduldig nog wat. Maar een en ander is geheel onjuist. Marc benut die pauze om heel beleefd de hand van mijn dochter te vragen.

Een moment zie ik me weer bij mijn toekomstige schoonvader zitten. Een etage boven Rotterdam. In de achterkamer, met schuifdeuren stijf gesloten. Jeetje, wat schets ik daar mijn toekomst toch vrolijk rooskleurig.

Weet u meneer, zeg ik nog, ik schrijf teksten voor de reclame. En als een getuige van Jehova heb ik het over de doserende depper van een after shave en de fabuleuze pannen van Tefal en het geweldige geconcentreerde afwasmiddel Dubro en natuurlijk over de meubels van Kant-en-Klaar. Ik zing zelfs vals een stukje uit de wereldberoemde tune toedeloedoe.

Mijn toekomstige schoonvader kijkt intussen eens op zijn horloge en daarna vrij lang onbestemd naar buiten.

O ja, en bijna gaat heel die trouwerij niet eens door. Ben maar anderhalf uur te laat bij de bruid. Natuurlijk is het mijn schuld niet. Vader rijdt op de snelweg niet harder dan zeventig kilometer per uur en vader laat ik niet in de steek, dus ook de trouwauto rijdt als een begrafenisauto. En daarbij moet ik nog even mijn trouwhemd in het centrum van Rotterdam ruilen. Of ik dat hemd niet gelijk bij het pak kan kopen? Natuurlijk kan dat, maar ik doe dat niet.

Ik geef Marc dus de hand van mijn dochter en Marc pakt de hand met twee handen aan. En nu snel naar beneden om het grote nieuws verder te vieren, tja, want met een zo'n flesje whisky uit Madurodam kom je ook niet verder. Op de trap denk ik wel: hoe kom ik hier ooit met de bruid galant en zwierig van af, zoals bijvoorbeeld in een glimmende Amerikaanse film.

Wordt vervolgd.

Boudewijn Paans