Spoorstraat

Het is in die tijd dat ik samen met moeder op het perronnetje van Soestdijk sta. Het station zelf heeft nog een echte eerste klas wachtkamer en het kaartjeskantoor staat doorgaans strak blauw van de sigarenrook.

De spoorbomen worden nog met de hand bediend door de man, die moeder net heeft wijsgemaakt dat ik nog makkelijk voor half geld kan reizen. De man aan het loket gelooft daar niets van, maar hij heeft geen zin en geen tijd om verder met moeder te delibereren, daar hij zoals gezegd de spoorbomen neer moet laten.

Waar of de reis met moeder naar toe gaat? Eigenlijk is dat met de ogen toe te zien. Kijk maar eens naar de zogenaamde tas die moeder probeert te dragen. Moeders tas is geen gewone tas. Moeders tas is moeders smokkeltas. Eentje met een originele dubbele bodem. Daarmee smokkelt ze lekkere dingen naar haar zielige Duitse zusjes en ik mag dan altijd mee. Heerlijk.

Voor de historici onder ons: vader doet trouwens ook wel eens een duit in het smokkelzakje. Echt waar, hij geeft dingen voor Duitsland gewoon mee met een keurig gepoetste AA auto. Daar is dus niets aan, de auto gaat toch die kant op. En geen douanier heeft het lef om een AA auto te laten stoppen. Je weet nooit wat er in zit. Dus heel eigenlijk speelt vader een beetje vals.

Moeders dubbele bodem is veel spannender. Ik zie nog het ding worden gemaakt. Hup, het sfeervolle TL-licht gaat dan onbarmhartig aan, gordijnen worden uiteraard goed gesloten en dan gaan moeder en mijn oudste broer aan de slag als zeer volleerde partners in crime. Met een uiterste precisie wordt eerst het deksel van de dubbele bodem uitgesneden. Het deksel wordt ook nog bekleed met een een originele dubbele bodem stof en dan komt het moment suprême.

Moeder gaat naar de keuken en komt terug met een grote fles azijn in haar hand. En nu? Nu besprenkelt ze, als een of andere priester, de nieuwe bodem en het deksel van haar tas met het zure goedje. Dit allemaal om de speurneuzen aan de grens op een dwaalspoor te brengen. Natuurlijk, onder geen beding mogen de speurneuzen de voortreffelijke goudmerk koffie van AH ruiken.

En over dwaalsporen gesproken, ik ben er in alle bescheidenheid ook een. Ik reis dan wel met moeder mee om vader thuis te ontlasten en om over de grens aan de tantes te laten zien dat ik echt wel tot iets ben gekomen.

In de trein heb ik de rol van een extra beperkt kind. Ik kom pas in actie wanneer de douane in aantocht is. Ik kwijl dan bijvoorbeeld maar een eind raak. En het helpt. Zie maar eens hoe de tantes een paar uur later aan de koffie uit Soest zitten. Alleen als die ene tante vindt dat de koffie wat naar azijn smaakt is de oorlog bijna weer begonnen.

Boudewijn Paans