Regentesselaan

Dit is een opschepperig stukje, lees maar. Het zit namelijk zo: Petra waarbij ik te Amersfoort in de klas zit, woont ook in Soest en dat is bijzonder. Wij zijn de enige die is Soest wonen. Zeker er komen wel wat kinderen uit Soesterberg naar mijn school in Amersfoort maar die tellen heel eigenlijk niet mee wanneer je uit Soest komt, althans dat vind ik in die tijd.

Het is nu ook weer niet zo dat Petra en ik naar de school in Amersfoort fietsen en ook niet terug. Ja, dat vind ik ook gek maar het is niet anders. En het wordt nog gekker: bij Petra thuis ben ik wel weer kind aan huis en dat komt weer omdat de woning schuin tegenover de praktijk van meneer Pas ligt. Bent u daar nog? Fijn.

Dus wanneer ik bij meneer Pas ben geweest ga ik vaak even bij Petra langs. Haar moeder en zusjes vinden dat gezellig, zeggen en doen ze. Petra zelf houdt zich keurig op de vlakte, doch haar vader is werkelijk door het dolle heen wanner ik op bezoek kom. Ik zeg toch dat dit een opschepperig stukje is.

Eigenlijk kan de vader van Petra niet wachten tot ik mijn thee op heb. Nee, want onophoudelijk waarschuwt hij me dat mijn thee koud wordt en wanneer ik dan op haartje na mijn mond heb gebrand moet ik mee. Ja, ik moet onmiddellijk met hem mee naar de garage, zijn garage.

'He, he van die wijven in huis word ik gek' zucht hij hartgrondig wanneer hij zorgvuldig de garagedeur deur sluit. En dan toont hij uitgebreid wat 'ie nu weer voor gereedschap heeft aangeschaft. Dozen vol. Niet dat hij het nodig heeft. De vader van Petra laat alles doen, maar hij vindt het stoer staan als hij het meest moderne in huis heeft.

Zijn laatste aankoop is een grote bruine Peugeot, een echte diesel, die zonder gesjoemel nog flink rookt. Zingend rijden we met het Franse wonder op wielen rondjes door Soest. Kan het dak ook open? En dan schuift het warempel ook open.

En dan gaat de vader van Petra dood. In de Amersfoortse aula fluistert iemand in mijn oor dat hij op zijn sterfbed lang om mij heeft geroepen.

Boudewijn Paans