Prins Bernhardlaan

Dan vraagt de mevrouw, die ik helemaal niet ken, of ze mijn handen even mag zien. Ik denk nog: wat krijgen we nu? Maar moeder knikt dat ik mevrouw maar mijn handen moet laten zien. Ze is tenslotte niet voor niets gekomen. En met het knikje zegt ze tevens dat de mevrouw heus mijn handen niet opeet of zo. Dus geef ik de mevrouw een hand. De andere houd ik veiligheidshalve achter de hand. Je weet tenslotte maar nooit met mevrouwen die om je hand vragen.

Vervolgens weet ik niet wat ik zie en voel. Mijn hand en vingers worden van A tot Z bekeken en bevoeld. Het is net of ik voor iets word gekeurd. Nou en aan alles is te merken dat de mevrouw een en ander meer heeft gedaan. Nog sterker, ze heeft waarachtig de smaak te pakken, want ze wil ook nog mijn andere hand. Moeder knikt weer, dus doe ik maar opnieuw wat er wordt gevraagd.

Een beetje laat, maar heel langzaam begint het tot me door te dringen wie de handen-mevrouw eigenlijk is. Ze komt uit Bilthoven en ze heeft op muzikaal gebied iets te maken met de nogal moderne school die aldaar is gevestigd.
De prinsesjes, inderdaad die van Oranje, zijn daar ook nog een blauwe maandag op school gegaan. Ergo, een lijntje tussen voornoemde mevrouw en vader is niet eens zo erg uit de lucht gegrepen. De man is heel zijn leven bezig om het naar mijn zin te maken. Maar goed, de mevrouw in kwestie is nog steeds met mijn handen bezig. En na enige intens spannende momenten van innerlijke bezinning moet zij tot de conclusie komen dat ik paar originele pianohanden heb. Eerlijk gezegd kan ze het zelf ook nauwelijks geloven. Maar de mevrouw wil er, nadat ze opnieuw de schaal met mariakaakjes heeft bezocht, niets anders van maken.

Een en ander verbaast me niets, maar ik pas er wel voor op om het aan de grote klok te hangen. Uiteraard ben ik bezit van pianohanden. Wat dacht je wat, zou Ted de Braak gezegd hebben. Ik heb maanden met handen geoefend op de rand van de schoolbank om ze om te vormen tot handen voor een piano. Ik doe het achter het kachelscherm in de klas van juffrouw Van Arkel. Daar moet ik zitten omdat ik zogenaamd spetter met inkt, zoals ik verleden week op deze plaats al heb verteld.

Uiteindelijk zijn mijn pianohanden zo geroutineerd dat geen piano meer veilig voor me is. Ik kan geen noot lezen of spelen, maar daar gaat het niet om. Het gaat om het idee. Niemand begrijpt me, behalve de ene hulp in de huishouding bij de vrienden van mijn ouders. Als Thierry Baudet speel ik, hoog boven Utrecht, op een echte vleugel de sterren van de hemel. De hulp van de huishouding is sprakeloos. Nou, de mevrouw uit Bilthoven is dat niet. Hoewel ik pianohanden heb, mis ik de motoriek. Helaas.

Boudewijn Paans