Oranjelaan

Vader kan soms heel gemeen zijn. Weet je wat hij zo'n beetje om de week tegen me zegt? Vader zegt om de week tegen me dat ik mee had kunnen rijden naar Keulen, Maastricht, Apeldoorn, Den Haag of helemaal naar Diepenheim. Ja, dat zou heel leuk voor me zijn geweest. Zo ben ik in de vroege jaren vijftig zogenaamd overal geweest in een van de keurig gepoetste hofauto's, waarover vader zo'n beetje de baas is.

Nog een geluk dat mijn oudste broer wat dat betreft niet erg op vader lijkt. Hoor maar eens. Op een goede dag heeft hij bij Garage Alblas weer een bijzondere auto gekocht. Het is een DKW-cabriolet. Duitser is bijna niet mogelijk, maar wanneer je in die auto zelf zit zie je daar bijna niets van.

In een weekend moet mijn broer in de buurt van Eindhoven zijn en ik mag mee. Tussen twee haakjes: moeder vraagt nog aan mijn broer wat hij in de buurt van Eindhoven eigenlijk heeft te zoeken. Hij antwoordt moeder met een geheimzinnig lachje en puur uit solidariteit probeer ik geheimzinnig mee te lachen.

Eenmaal op weg, al helemaal voorbij Utrecht, zegt mijn broer uiteindelijk dat hij een afspraakje heeft met een heel aardige mevrouw. O, zeg ik nog en denk: waar blijf ik dan eigenlijk? Ga ik mee naar dat afspraakje? Of blijf ik even in de DKW cabriolet, om op de wagen te passen? Mij is niets te dol om mee te mogen rijden.
Ik heb het allemaal mis. Ik blijf die avond gezellig de vader van de aardige mevrouw gezelschap houden. Nou, dat vindt die vader wel leuk. Eerst krijg ik een glas limonade met wel twee rietjes en dan gaat hij de ouderwetse kachel eens flink oppoken. Het hout kan werkelijk niet op. Voor mij hoeft dat oppoken niet meteen, maar voor de vader wel. Want weet je wat we gaan doen, vraagt hij nog? Ik heb geen idee. En dat kan ook niet, omdat we tamme kastanjes gaan poffen. Wat een ellende. En met drie aangebrande vingers wil de vader daarna ook nog een potje met me schaken. Schaken kan ik niet, maar dammen kan ik wel. Het spel heb ik nog geleerd van meneer Liefhebber, achter de groentewinkel. Jammer dat de vader het damspel maar iets voor dummies vindt. Dan mag ik eindelijk naar bed en gelukkig droom ik daar over niets.

De volgende dag denk ik nog dat mijn broer wat in de war is. Moet je zien: in plaats van naar Soest, rijdt hij richting Amsterdam. Hoe nu? Is hij door die aardige mevrouw de weg kwijt?

Beslist niet. Als verrassing gaan we racen op Zandvoort. Jeetje wat gaan we daar hard. Helemaal wanneer de kap van de DKW open is. En ik mag ook nog een rondje rijden. Fantastisch. Met wel honderdtien kilometer per uur ga ik door de beroemde Tarzanbocht. Alleen thuis zijn de autobanden van de DKW finaal versleten en wil moeder perse weten waarom mijn vingers zo aangebrand zijn.

Boudewijn Paans.