Oranjelaan

Het moet natuurlijk wel leuk blijven. Nu gelooft die ene kleinzoon me ook al niet. Dat hoort toch helemaal niet. Ik vertel hem gewoon dat zijn opa nog in dat ene meertje in de buurt van Putten heeft gezwommen. Het is ook nog een keertje midden in de nacht. Ja ja, kijkt mijn ene kleinzoon nog steeds? Maar ik houd het vol.

Het is trouwens na een grote avond op de school in Amersfoort. Alles verloopt op rolletjes: het toneelstuk, het ballet en niet te vergeten het bal, met een echte levende dixieland op het podium. Moet je zien: iedereen danst, ja ook, de directeur. En heel eigenlijk heb ik nog nooit iemand zo gepassioneerd de foxtrot zien doen. Natuurlijk kan je zeggen: aan de foxtrot an sich is niets te verprutsen. Kan je zeggen, maar niet meer nadat je het meneer Nusselder hebt zien doen.

Daarbij komt ook nog dat meneer Nusselder helemaal niet de ambitie heeft om directeur van de school te worden. Ben je mal. Moet je hem zien fietsen in de oudste regenjas van heel Amersfoort. Het scheelt hem helemaal niets.

Laat hem maar gewoon lesgeven in Engels en wiskunde. Een keer krijg ik van hem nog een pets voor mijn kop – leraren mogen in die tijd nog gewoon slaan – omdat hij een of andere driehoek niet mooi genoeg getekend vindt. En die aardige meneer Nusselder laat niet vaak maar wel regelmatig pakweg een kwartiertje, met z'n wijsvinger tegen zijn lippen en op zijn tenen lopend, de klas aan zijn lot over, omdat hij dan nog een klusje moet doen op een andere school in Amersfoort. En tot er een bel in de gang klinkt blijven we zo stil als een muis in de klas.

Dat meneer Nusselder toch directeur is geworden komt omdat de echte ook zo nodig een auto wil hebben. Welaan, met een pas behaald rijbewijs raakt hij ergens in de bergen in een slip en verongelukt hij met zijn vrouw.

Oke, dat is allemaal leuk en interessant, vindt mijn ene kleinzoon, maar hoe zit dat met het gezwem in dat ene meertje bij Putten? Ach, dat is eigenlijk snel verteld. Dus na de grote avond besluit ik nog eindje om te rijden. Natuurlijk, de rijinstructeur heeft zelf gezegd dat ik goed moet blijven oefenen, dus dat doe ik. O ja en een meisje uit mijn groep rijdt voor de gezelligheid met me mee. Met een meertje in zicht krijgen we het warm. En we besluiten om te gaan zwemmen. In de tv-reclame zie je dat ook weleens. Nou, als zij al aan de overkant van het meertje en roept dat ik beslist ook moet komen schreeuw ik maar terug dat ik niet kan zwemmen.

De volgende dag informeert vader nog waarom de bekleding van zijn auto zo drijfnat is. Als ik veilig vanonder het dekbed antwoord dat ik heb gezwommen, gelooft 'ie me niet eens.

Boudewijn Paans