Oranjelaan

Wij, thuis naar de bioscoop? Het idee, terwijl moeder steevast vindt dat we thuis al film genoeg hebben. En wonder boven wonder: moeder heeft gelijk. Moet je horen hoe bij ons ongeveer een filmavondje gaat.

Om te beginnen is daar de vraag naar de filmprojector. Het zwarte ding met zijn zilverachtige spoeltjes staat in een kartonnen doos, op een min of meer vaste plek op zolder. Nou, daar staat 'ie niet, meldt mijn broer Heinz vanaf de zolder en hij kijkt niet eens met zijn neus. So wass, vindt moeder, de projector kan toch geen pootjes hebben gekregen?

Geheel achteraf moet moeder dat niet zeggen. De projector is nogal fout geweest in de oorlog. Reken maar dat 'ie heel vrolijk staat te draaien bij een NSB familie ergens in de Haarlemmermeer. Wanneer de oorlog is afgelopen helpt vader mee om die foute huizen te ontruimen, tja en dan schiet er weleens een projector over.

Nadat het filmapparaat is gevonden, is de vraag daar waarop hij moet staan. Vader geeft de voorkeur aan de keukentrap. Of de keukentrap nou echt moet. Ja, de keukentrap moet echt. Maar die filmprojector kan toch ook gewoon op tafel staan, op een paar boeken, vindt mijn broer nog. Boeken, boeken die horen in de boekenkast, weet moeder zeker. En dan nog heel wat anders, is de vraag van moeder. wie zet die boeken straks weer terug? Nou wie? De boeken doen dat niet vanzelf.
Dan wordt het toch de keukentrap. Maar waar staat die trap? Ach, in de garage. Of die dan niet vies is? Waar moet 'ie dan in hemelsnaam vies van zijn geworden. Even een doekje en klaar is Kees. Of we nu gaan beginnen, vraagt moeder, ze heeft echt wel meer te doen. Een moment, mompelt vader nog en begint vervolgens uitgebreid te vloeken. Niets voor vader. Wanneer hij vloekt moet er echt iets aan de hand zijn en dat is dit keer ook het geval. Moet je zien, roept vader of hij een goocheltruc begint, de film is gebroken. Mooie boel, vindt hij nog en vervolgens wil hij weten wie de film heeft stuk gemaakt. Heinz en ik weten nergens van, eerlijk niet.

Was Werner er maar, jammert moeder nog, hij is haar eerste hulp bij ongelukken. Maar ja, Werner is er niet. Werner is bij de overburen aan het oppassen op kleine Nico. Dus Werner kun je niet even roepen om een film aan elkaar te plakken, dat vinden de overburen vast en zeker niet goed.

Dus wat doet vader om het filmavondje te redden? Vader schuift domme diaraampjes door de projector. We proberen te kijken naar kabouters, domme kabouters. Tien tegen één zijn ze ook bij de NSB geweest. Dat zie je zo. En als de kabouters op zijn? Nou, dan houdt vader zelf maar zijn handen in de felle lichtstraal van de projector. Die handen zijn dan zogenaamd konijntjes die over het behang huppelen. Echt waar.
Moeder zegt toch dat we thuis genoeg film hebben.

Boudewijn Paans