• Stichting AEW
  • Arjan Snijders

Afzien voor Soesters op een dooiende Weissensee

SOEST In het kader van de dertigste Alternatieve Elfstedentocht werden op de Oostenrijkse Weissensee in een periode van twee weken vier toertochten gehouden. Naast de toertochten waren er diverse wedstrijden, zoals het Open Nederlands Kampioenschap Natuurijs, voor het landelijke peloton gehouden. Een aantal Soesters deed aan de tochten mee en kampten met sneeuw, dooi en duisternis.

De eerste tocht werd op 23 januari gereden. Volgens toertochtdeelnemer André Hooft heeft iedere tocht en deelnemer zijn eigen verhaal. ,,De natuur en het toeval laten zich immers niet leiden. De late vorstinval, de overmatige sneeuwval en de regelmatige dooiperiodes gedurende december en januari zorgden voor sneeuwijs. De Weissensee was zwaar te berijden." Twee Soesters stonden aan de start en volgens Hooft bedwongen Michiel Backus (200km, 10:58:26), Fabian Nordkamp (150km, 8:46:37) op ,,indrukwekkende wijze het ijs van de 'Spielplatz der Natur'."

PRUTLOPEN De tweede tocht op 26 januari werd gekenmerkt door een dooiaanval. De Soesterse Senta in 't Veld debuteerde op de Weissensee. André Hooft is vol bewondering: ,,Haar prestatie is indrukwekkend. Vooral toen Senta mocht ervaren wat een stralende zon met sneeuwijs doet. Daar passen termen bij als 'prutlopen', 'slush puppy' en 'grindbakken'. Senta voltooide de 200 kilometer in 10:12:52."

PIKKEDONKER Op 30 januari kregen het sneeuwijs en de dooiaanval gezelschap van nog een hindernis: de duisternis. Hooft: ,,Om het deelnemersveld minder kilometers tijdens de dooi te laten maken werd om zes uur 's morgens gestart. Duizend rijders werden voor ruim een uur het pikkedonker in gejaagd. Veel valpartijen waren het gevolg." Met gevoel voor understatement blikt Hooft terug: ,,Dat van de tien Soesters alleen Gert Egbers met een gekneusde rib geblesseerd uit het donker kwam, is een statistisch wonder te noemen."

ACHT UUR Hooft zelf finishte net binnen de acht uur bij de eerste honderd deelnemers: 7:58:09. De broers Jeroen (9.22:14) en Kasper Rozeboom (9;35:28), Jacqueline de Zeeuw (10:03:45), Wouter de Man (11:18:41) en Arjan Snijders (11:19:44), Leo van Dorresteijn (150km, 9:34:11), Gert Egbers (100km, 5:17:18), Natascha van Noort (100km, 7:06:06), Rob Rozeboom (100km, 7:08:01) mochten ook trots zijn op hun prestatie.

De laatste tocht werd op 1 februari gereden. Een dag eerder dan gepland, omdat de ijsvloer en de omliggende dorpen onbegaanbaar geworden waren door een dik pak sneeuw. De rijders werden tijdens de vierde tocht geteisterd door natte sneeuw, wind en dooi. Rob Rozeboom reed onder de barre omstandigheden een verdienstelijke 50 kilometer in 3:11:24.