• Archief Eempers
  • Archief Eempers

Toch aandacht voor 'vergeten oorlog' in NMM

SOESTERBERG Bijna was 'de vergeten oorlog', de Koreaanse oorlog die woedde van 1950 tot 1953, in Nederland inderdaad vergeten. Op enkele begraafplaatsen, zoals in Apeldoorn en Utrecht, herinnert een klein monument aan omgekomen militairen uit die plaats, maar een nationaal monument is er niet. Wel in Korea, waar in 1975 in Hoengsong voor de gesneuvelde Nederlanders een monument werd onthuld in de vorm van een molen.

Jan van Steendelaar

HERINNERING Het Nationaal Militair Museum heeft nu een bescheiden, permanente expositie ingericht als herinnering aan dit onderdeel van de Koude Oorlog. Het is vooral aan de volharding van oud-Koreastrijders te danken dat het museum heeft besloten de oorlog waarvoor zo weinig aandacht was uit de vergetelheid te halen. Dat is nodig, vinden zij, omdat bij deze bloedige oorlog - die begon toen Noord-Korea een aanval had uitgevoerd op Zuid-Korea - 4.748 Nederlanders betrokken waren van de drie strijdkrachten. Er sneuvelden veel Nederlanders, meer dan in latere vredesmissies. Op een VN-begraafplaats in Busan liggen 117 Nederlandse slachtoffers.

ERKENNING Korea-veteranen zien in de expositie een erkenning die ze in eigen land nauwelijks hebben gehad. Integendeel, eenmaal terug in eigen land werden ze niet zelden als moordenaars weggezet. In Korea daarentegen worden ze bij herdenkingen en andere speciale gelegenheden nog steeds als helden ontvangen. Op alle mogelijke manieren tonen de Koreanen, ook de jongere generatie die de oorlog niet heeft meegemaakt, hun dankbaarheid, bijvoorbeeld door letterlijk de rode loper voor hen uit te leggen.

VERGISSING Gebrek aan ruimte door de aandacht in het museum aan acht oorlogen was er de oorzaak van dat destijds werd besloten de Korea-oorlog - waar onder de vlag van de Verenigde Naties Nederlanders met bondgenoten aan de ene kant en China en de Sovjet-Unie aan de andere kant streden - niet te behandelen. Dat is een vergissing geweest, geeft conservator Alfred Staarman toe, al heeft hij er wel begrip voor dat die gemaakt is. Immers, Nederland was in die jaren zelf nog bezig met het herstel van de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog en had weinig tot geen aandacht voor hetgeen zich aan de andere kant van de wereld afspeelde, ook al waren daar Nederlandse mannen bij betrokken.

TE LAAT Hoewel er nu in het museum toch ruimte is vrijgemaakt voor een blijvende herinnering komt de expositie voor veel oud-strijders te laat. Voor Joop Schaap bijvoorbeeld, die op 4 december vorig jaar overleed. Hij was nog dagelijks met de oorlog bezig en kon er boeiend, maar vooral emotioneel over vertellen. In de jaren vijftig woonden veel Koreanen nog in plaggenhutten, maar Schaap heeft met eigen ogen gezien dat het land enorm is vooruitgegaan en economisch een belangrijke rol is gaan spelen.

Zijn weduwe vindt het jammer dat hij de expositie niet meer kan zien. Maar ze bewaart de beste herinneringen aan hun reizen naar Korea, de altijd grootse ontvangsten. Bij het overlijden van Schaap, drager van de Koreaanse Oorlogsmedaille en de Korea Medaille van de Verenigde Naties, was er 65 jaar na zijn deelname aan de strijd in Korea, een groot bloemstuk van de Koreaanse ambassadeur in Nederland. Ook een bewijs dat de Koreanen de bijdrage van de Nederlandse militairen bijna 65 jaar na het beëindigen van de oorlog met een staakt het vuren niet zijn vergeten. Ook de bezoekers van het museum kunnen voortaan kennis nemen van de belangrijke rol die Nederland heeft gespeeld.