Veldweg

Nog even, en moeder is niet meer jarig. Mijn broer en ik kijken nog een keer hoe mooi de Welkoop plantjes op het graf het al doen. Zou moeder alweer met ze hebben gesproken? En over praten gesproken. In neem na haar overlijden, namens de familie, afscheid van moeder. Ik voel me een beetje mijn vader en dit heb ik toen gezegd:

Lieve familie en vrienden. Over enige momenten gaan we moeder begraven. Niets voor haar, ze wilde nog wat verder leven. Kijken hoeveel appels er dit jaar weer aan de bomen waren gegroeid en weten of op haar geheime plek in het bos weer evenveel paddenstoelen staan als toen zij ze nog zelf kon zoeken. En ook haar fiets, haar nieuwe fiets moest stevig op slot bewaard blijven, voor de dag dat zij hem weer kon gebruiken: straks als ze weer beter zou zijn.

Ja, dat ze weer ging fietsen wist ze zeker. De appels, de paddenstoelen, de fiets, maar ook wij zullen het voortaan zonder moeder moeten doen. Want moeder is dood. Maar al mag de dood, die bij het leven hoort als het kind bij de moeder, dan het laatste woord hebben, de herinnering aan moeder kan hij ons niet afpakken. Door die herinneringen leeft zij hopelijk met ons verder.

Alleen wij zijn hier en zij is in een ruimte van ieders verbeelding. Wat ons nu nog rest is moeder naar haar laatste rustplaats te begeleiden. Kom moeder, we gaan. Bedankt voor het mooie leven dat je ons al die jaren hebt gegeven. Die jaren zijn nu zonder jou een beetje voorbij. Maar jij zei toch ook vaak: aan alles komt een eind.

Nu, dit is het moeder. Kom laten we gaan. Lieve familie en vrienden, namens Werner, Joke, Anna en de kinderen wil ik u heel hartelijk bedanken dat u moeder nog een keer hebt willen bezoeken. Na de begrafenis nodig ik u uit om met ons nog enkele herinneringen op te halen in restaurant de Korte Duinen. En mocht de cake daar misschien anders smaken dan vroeger op de Oranjelaan, weet dan dat moeder deze helaas niet meer zelf heeft kunnen bakken.