Stadhouderslaan

Het moet er een keer van komen. De bruine zitelementen staan voor geen meter meer. Met hun vlekjes en brandgaatjes, die heel charmant bij de handel door het leven gaan als zitschade. Leuk is ook dat je van de bruine zitelementen heel eenvoudig een zitkuil kan maken. Niets aan. Je hoeft alleen maar een kuil in de kamer te graven. Ik laat dat, want zoals gezegd staan de genoemde meubels niet meer, vast ook niet in een kuil. En nu?

Op een wonderlijke manier komt Jan de Bouvrie in beeld. Oké, de interieurontwerper is een running gag in het malle AVRO programma Glamourland. Doch diezelfde Jan is ook de succesvolle partner van mijn neef Bert. De Haarlemse Bert ontwerpt de ene droomvilla na de andere, die dan weer hoogst verantwoord wordt ingericht door Jan de Bouvrie.

Dus wij op naar Jan, ergens in het Gooi, voor een paar stoelen en misschien wel een bankje voor een persoon of twee. Te gek moet het niet worden in die nering van De Bouvrie, anders moet ik de maandag daarop meteen naar meneer De Rijk van de Rabobank.

Ik zeg het maar meteen: de aflevering van de bestelling valt vies tegen. Oké, de gesloten bestelwagen is dan wel van De Bouvrie omdat het er in nogal grote witte letters opstaat, maar de aflevering zelf geschied als of het om een paar pizza's gaat. Wat ik dan had gewild? Dat Jan zelf het stel verantwoord op z'n plaats zet? O ja, in het begin wordt het De Bouvrie stelletje in huis gemeden als de pest. De beruchte zitschade steekt in een klein hoekje, hoor ik een truttig stemmetje in mijn achterhoofd kreunen. En dan is de dag daar dat de jongste zoon een feestje bij ons thuis geeft. Dat mag wel in de krant - bij deze dus.

Ooit heb ik heb ik hem opgehaald van zo'n feestje in Spakenburg. Eenmaal op de terugweg is de geëigende vader vraag: en? Nou, is het ietwat stugge antwoord, na de taart met limonade hebben we naar een video gekeken met hele blote mevrouwen en meneren.

Hoef ik persoonlijk niet bang voor te zijn. Sterker, die video's heb ik niet eens, denk ik zedig als de Paus te Rome. Wat ik wel in huis heb is mijn nieuwe bank. Mijn nieuwe De Bouvrie.

Met geen mogelijkheid kan ik de aankoop op het feestje verdedigen. Nee. Ik ben er niet. Ook naar een feestje. Vandaar bel ik ieder uur naar mijn jongste om te informeren hoe het staat met mijn bank. Na het laatste telefoongesprek durf ik niet meer naar huis. Nee, want weet je wie op mijn De Bouvrie ligt te slapen? Fons, de vriend van de jongste zoon. En weet je, bij thuiskomst, heb ik nog nooit iemand zo lekker zien slapen als Fons.

Boudewijn Paans