Stadhouderslaan

Het heft in eigen hand nemen. Heerlijk. Maar ja, het komt er vaak niet van. Daarbij heeft een ander het al te pakken. En die ander peinst er niet over om het heft uit handen te geven. Ook al ga op je kop staan. Veinzen dat het dan wel in je schoot wordt geworpen. Vergeet het. Je blijft met lege handen staan.

Maar op een avond bij de buren, komt het heft zo waar in zicht. Het gesprek gaat immers over de laan. In het algemeen is het gezelschap, bij de brandende openhaard, het erover eens dat het een mooie laan is. O ja, en ik mag gerust nog een keer vertellen dat ik het een vervelende laan vind.

Ik ga mijn gang maar over de periode dat ik voor groenteboer Liefhebber bestellingen rondbreng op de laan in kwestie. De gastheer moet toch nog even nodig wat hout halen. En de gastvrouw vindt het de hoogste tijd voor nog wat hapjes. Terwijl mijn vrouw vlucht in de glimmende pagina's van een blad over optrekjes aan de Middellandse zee.

Enfin, de haard heeft er weer trek in. De hapjes smaken nog steeds opperbest en ik blief best nog een glaasje. Rustig aan? Ach, ik hoef toch niet meer te rijden.

En over rijden gesproken. Allemaal vinden we dat onze mooie laan af toe wel iets weg heeft van een racebaan. Eigenlijk moet de politie daar naar kijken. Het geval wil dat de politie wel kijkt maar niets doet. En van verkeersdrempels hebben ze in Soest kennelijk nog niet gehoord.

Vandaar dat de buurman en ik gezamenlijk het heft in eigen hand nemen. Dat zal de snelheidsduivels leren. We parkeren onze auto's de volgende dag pontificaal op de laan. Schier tegenover elkaar. Alleen met een slakkengangetje is nu een passage mogelijk.

Achter het voorkamerraam wachten we op de eerste klappen. Die blijven uit. En dan worden we bang. Ook voor de politie die nergens naar kijkt. En dan zetten we de auto's weer keurig in de tuin. Net of er niets is gebeurd.

Boudewijn Paans