Prins Bernhardlaan

Een keer van Koos Postema dromen, oké. Maar zeven nachten. Gelukkig vermoed ik de oorzaak. Ik moet ergens aan de kust een discussie leiden. Heel stiekem wil ik dat doen zoals de vermaarde presentator.

Na zeven nachten sta ik dus aan de kust. Losjes rust de microfoon in mijn ene hand. En in mijn andere hand houd ik geroutineerd een klemboord vast. De zaal stelt vragen aan het deskundige panel over de meest enge ziekten. Het gaat goed, vind ik zelf. Ik begin me al een beetje Koos te voelen.

Dan staat in de zaal een keurige meneer op. Hij meldt dat zijn stoma in het weekend heeft gelekt en dat stoma-hulp niet beschikbaar is. Met een smak val ik uit mijn rol. En ja hoor in gedachten is ze er weer: juffrouw Van Arkel. Op haar fiets. Op haar rijwiel met het geheimzinnige gezondheidszadel. En weer roept ze 'stoma, stoma.' Koos zou met gemak tegen zo'n interruptie bestand zijn, Nou, ik niet.

Mijn stoma-syndroom maakt dan jaren later plaats voor een paar andere ongemakken. Ik krijg hier in stad, waar Koos nog voor de klas heeft gestaan, iets aan het hart en in het hoofd. Inderdaad: eindelijk invalide. En ik draag broeken met elastiek. Want weer ben ik de broekknoopjes niet zo erg machtig.

Net als toen in de eerste klas van de Da Costaschool achter de kerk aan de Engh. De elastiek-broeken zijn heel makkelijk wanneer je op stap in de stad een keertje nodig naar achteren moet. Hoewel ik met permissie niet 'zeiken' wil, maar de meeste toiletten bevinden zich in restaurants hier in de kelder. Ze zijn alleen te bereiken via een trap. Zonder traplift.

Gelukkig, breekt mijn hoge nood wetten. Want inmiddels heb ik mijn steunpunten. Te weten: een revalidatiekliniek, de bibliotheek en een toilet in een verzorgingstehuis. Hoewel, op de laatste locatie denk ik altijd dat ze me daar willen houden.

(Wordt vervolgd)

Boudewijn Paans