Praamgracht

Natuurlijk kan Thomas bij ons logeren. Een dag, een week of twee weken? Geen punt. Hoe meer zielen, toch? Daarbij is Thomas een leuke, vrolijke jongen. Dus als Connie, zijn moeder, een week of twee weken iets heel moeilijks voor Joop in de wijde wereld moet doen komt Thomas bij ons logeren. Gezellig.

Thomas heeft eigenlijk maar een makke. Thomas luistert niet zo erg naar mij. Is dat logisch? Spreek ik wat onduidelijk? Onzin. Mijn eigen kinderen en huisdieren luisteren wel. O ja, en moet je horen, onze Thomas is wel een en al oor tegenover mijn vrouw. Uiteraard wen je eraan. Ik moet heel simpel uit mijn hoofd zetten dat ik ook nog logeetjes wil opvoeden. Kan ik mijn baan wel opzeggen. Uiteindelijk komt alles goed. Ook met Thomas.

Moet je horen. We gaan met vakantie en Thomas gaat mee. Persoonlijk ben ik dol op wintersport. Serieus. Heb je bijvoorbeeld weleens gezien hoe onhandig de skiërs op die schepen van schoenen lopen? Nou, zo loop ik heel het jaar. Zoiets schept een band. Ook in de sneeuw. Daarbij ben ik nogal goed in apres-ski, al zeg ik het zelf.

Enfin, zo denderen de dagen in de zware slagschaduw van de Mont Blanc voorbij. En op een avond roep ik Thomas. En moet je zien, hij komt onmiddellijk. Hoe dat kan? Ik toon hem uit de verte het cadeautje dat ik mezelf heb gegeven. Het is een radio, aangeschaft bij meneer Meeder van De Gouden Snaar. De ontvanger is zo klein als een pakje sigaretten. Daarmee je kun je heel de wereld horen. Echt waar? Echt waar Thomas, meneer Meeder jokt nooit. Thomas mag de radio ook zelf eens vasthouden. Ik heb de jongen nog nooit zo goed zien luisteren.