Oranjelaan

Toeval is soms grappig. Mijn buurjongen Dik is de zevenentwintigste jarig en woont op huisnummer 27. En ik krijg op de eenendertigste cadeautjes en woon op huisnummer 31. Anders nog iets? Jazeker. Dik en ik wonen in hetzelfde huis, hoewel nummer 27 een erker bezit.

En dan in beide woningen verblijft een geregistreerde invalide. Suze, het zusje van Dik, is een mongooltje, dat vandaag aan de dag het syndroom van Down wordt. En ik blijf onveranderlijk spastisch. Het is niet anders.

Nou, en dat vindt de moeder van Suze ook. Wat het probleem is? Ach, het is maar een kleinigheid. De moeder van Suze vindt dat haar dochter ook best naar de School met de Bijbel kan. Ik ga toch ook en ik heb ook iets, vindt de moeder van Suze nog steeds. Meester Kenemans en juffrouw Van Arkel zijn een andere mening toegedaan. Ze houden hun poot stevig stijf. Suze komt niet op de School met de Bijbel bij het spoor.

Of de moeder van Suze nu boos op iedereen is ? Ach...ze gaat op zondag niet voor niets in een prachtige gestrekte draf naar de kerk. En ik mag met Dik blijven spelen, zoveel ik maar wil, wanneer ik de erker van het huis maar niet verlaat. Altijd heeft de moeder van Dik alles aan kant en we moeten echt niet denken dat ze maar aan de gang blijft.

Mij best. Op de erker, waar ik dus niet uit mag, is niets aan te merken. Hoewel? Het ruikt er ontzettend erg naar griesmeel. Heel gek en er staat niet eens griesmeel in de keuken op, want dat heb ik eens een keer gevraagd. Het scheelt niet veel of ik moet van die griesmeelstank spontaan over mijn nek.

Nog een geluk voor de moeder van Suze dat ik in plaats van te kotsen samen met Dik naar de radio luister. Als we maar niet aan het toestel komen, omdat het geen speelgoed is, horen we vaak het NCRV-programma Mastklimmen met Johan Bodegraven.

Meneer Bodegraven vind ik een warme hopmanstem hebben. Een stem met een iets te lange korte broek aan. En o ja, we doen zelfs mee aan het spelletje Mastklimmen van meneer Bodegraven, waarvan we een paar keer zelfs de Hamvraag weten.

Maar ja, die meneer Bodegraven weet van niets. In die tijd is Hilversum bellen nog heilig c.q onbereikbaar. Maar geen nood.

Omdat ik de vorige eeuw nogal vaak in Hilversum kom, daar ik er zo'n dertig jaar werk, ontmoet ik Johan Bodegraven. Zo maar op straat in het wild zie ik de man met de hopman stem. We maken een praatje en, echt voor de grap, zeg ik dat ik nog een ham van hem te goed heb.

Bodengraven doet net of hij schrikt en zegt dat hij nu toevallig geen ham bij zich heeft. Verdikkeme nog aan toe, speelt hij. Maar hij belooft plechtig dat 'ie de volgende keer voor de beroemde ham zal zorgen. Grappig toch?

Boudewijn Paans