Oranjelaan

Meneer Kuyt, onze zaakwaarnemer, waarschuwt ons nog keer voor die advocaat van de duivel bij de rechtbank in de VS. We zitten in een benauwd zaaltje waar de video conference met New York wordt gehouden. Droom ik? Of is de vijf al tamelijk ver in de klok?

Niks hoor. Van meneer Kuyt kun je alles zeggen. Maar hij is geen grappenmaker. Persoonlijk heb ik het niet zo op mensen die advocaat van de duivel spelen. Tien tegen één zijn het een liegbeesten. Maar ja, het is heel normaal in de States, dus speel je het spelletje mee. Want voor geen goud mag er maar één dollar naar die enge Trump gaan. O jee, moet je zien op het grote scherm in het zaaltje.

Te New York zijn ze wakker geworden. Ook goede morgen, maar niet heus. Ik zie een nogal afgeleefd kantoor interieur. En een luxaflex hangt ook nog vrij slordig scheef. Achter bureaus zitten onduidelijke types. Wat onderuit gezakt. Net of ze een zware nacht achter de rug hebben.

Tussen de bureaus lopen mevrouwen heen en weer. Ze brengen stapels mappen van het ene naar het andere bureau. Niemand slaat ook maar een seconde acht op de luxaflex. Aha. Coby is als eerste aan de beurt, waarschijnlijk omdat hij helemaal uit Noord-Brabant komt. Coby wil af en toe meer dan yes en no zeggen, maar dat mag hij niet van een mevrouw die naast hem zit. Ook de gemene vragen van de duivel beantwoordt mijn Brabantse neef als een man, of beter als een marinier.

Dan mag Werner, mijn broer. Het kan aan mij liggen, maar ik heb sterk de indruk dat ze in New York een weinig de pik op hem hebben. Vooral die zogenaamde advocaat van de duivel. Jeetjemina, wat een etterbak. Weet je wat 'ie onder meer aan mijn broer vraagt? Hij vraagt of hij ooit iemand tegen is gekomen die zegt: hé Werner ik ben je broer. Nou ja. Maar meneer Kuyt zegt dat het allemaal voor de goede zaak is. Na de zomer is de uitspraak. Alleen in welk jaar zegt 'ie er niet bij.

Boudewijn Paans