Neerweg

Met de vader van Jan kan ik best door een deur. Oké, de garagehouder in hart en nieren, heeft het niet op eenden op vier wielen. Heel eigenlijk kijkt 'ie daarvan weg, net of ze nooit hebben bestaan. Maar als de 2cv van Anna weer eens op apegapen ligt, ach dan is de vader van Jan echt niet de beroerdste.

Hij sleutelt liever aan meterslange Amerikanen. En nog liever aan metershoge trucs, die wegreuzen van TBS bijvoorbeeld. Nog een geluk dat ik eindelijk in een oude Mercedes ga rijden. De vader van Jan houdt de wagens van Klomp eveneens heel strak op de weg, dus de mijne kan er ook nog wel bij.

Enfin, het onderhoud van de wagen verloopt meer dan vlekkeloos, tot ik de vader van Jan vraag of hij misschien nog een Mercedes-wiel voor me heeft. De vader van Jan kijkt me in eerste instantie aan of ik van de maan kom. In tweede instantie merkt hij vrij droog op dat Mercedes sinds jaar en dag zijn wagens heeft voorzien van een zogenaamd reservewiel, dat zich als het goed is in de kofferruimte van de betreffende wagen bevindt.

Na een korte pauze doe ik mijn vraag in de herhaling. De vraag is immers urgent. De familie wil weer naar de wintersport. En omdat daar veelal sneeuw ligt zijn sneeuwkettingen om de banden heus geen luxe. En om te voorkomen dat ik wederom een halve wintersportvakantie bezig ben met kettingen, laat ik ze vooraf monteren op twee reserve wielen in de garage van de vader van Jan te Soest. Een beetje duidelijk? Heel fijn.

Maar zoals het hoort komt aan alles een eind. Ook aan het gezag van de vader van Jan. In de garage aan de Neerweg gaat een andere wind waaien. Jan zelf is daar nu de baas. En de bedoeling is nu dat ik Frans de eerste, tweede en met gemak de derde monteur in de voortreffelijke garage, niet meer zelfstandig opdrachten geef. Ben ik nu geheel van God los? Voortaan loopt alles, hoor ik , alles, via de receptie c.q. de planning, net als in een echte garage. Oké?

Nadat ik Jan nog een redelijke antieke olielamp schenk, die niet mee wil naar de stad, scheldt Jan me alsnog zijn pand aan de Neerweg uit. Niks voor Jan? Hij doet het toch. Eigen schuld. In een onbewaakt moment doe ik weer iets met Frans buiten de receptie en de planning om.

Jaren later hoor ik in de stad van de brand in Soest. Het is bij Jan. Ach jee. Maar gelukkig zijn er geen persoonlijke ongelukken. Wel denk ik een moment aan mijn olielamp, die weigerde om mee te verhuizen.

Boudewijn Paans