Maatweg

Geen idee of het hoort, maar ik doe het. Ik vertel het aan niemand. Ben je mal. Niemand heeft er toch iets mee nodig. Daarbij moet je het je toch niet voorstellen dat je het aan iemand vertelt. Niet alleen is dan het huis te klein. Tien tegen één krijg je dan te horen dat een en ander helemaal niet past in een nette buurt. En dat laatste wil je uiteraard voor geen goud horen. Je wilt, wanneer het maar eventjes kan, bij de buurt horen. Natuurlijk, anders zou je er niet zijn gaan wonen. Één en één is nog steeds twee. Makkelijk zat.

Naar aanleiding van het bovenstaande mag geenszins de indruk ontstaan dat het hier om iets dwangmatigs gaat of dat het een ander symptoom van verslaving is. Het gebeuren is daarvoor te onregelmatig, hetgeen natuurlijk ook een zekere charme in zich heeft.

Maar goed, ik doe dus, wat eigenlijk niet hoort. Vaak op zaterdagmiddag, wanneer het mooi weer is met wat zon en zo.

In mijn nog jonge boomgaard, in de nabijheid van schutting en sloot, plaats ik vervolgens een eenvoudige tuinstoel in de richting van het object dat ik voornemens ben om uitgebreid te observeren.

Terzijde wil ik bij deze wel opgemerkt hebben dat ik de genoemde tuinstoel zo heb geplaatst dat deze van de weg af niet zichtbaar is. Want ik wil niet op mijn geweten hebben dat voorbijgangers me in mijn eigen tuin zien zitten. Ik moet niet hebben dat eventuele voorbijgangers zich vertwijfeld afvragen of ik echt niets anders c.q. beters op zaterdagmiddag te doen heb.

Met terugwerkende kracht zal ik eventuele voorbijgangers meedelen dat ik op zaterdagmiddag inderdaad niets anders te doen heb. Daarbij, voor de beoogde observatie veeg ik met alle soorten van genoegen mijn agenda leeg.

Ik hoef de ogen maar te sluiten – een oog kan ook – om opnieuw scherp te zien wat er aan de overkant van de sloot, in de andere tuin, plaats vindt. Daar gaat op een gegeven moment langzaam, maar heel zeker de deur van de bijkeuken open. En dan staat hij daar. In vol ornaat: mijn militaire buurman. Heerlijk. Een gevoel van veiligheid heeft boven de laan zijn definitieve daling ingezet. Heerlijk, anders kan ik het nog steeds niet zeggen.

En dan gaat de buurman, nog steeds in vol ornaat, ook nog lopen. Werkelijk, ik zit paf. Geen wonder dat geen mogendheid de laatste jaren onze soevereiniteit met geen haar heeft durven krenken.

Maar dan, oh schrik. Die schreeuw, dat commando, het meer dan snerpende bevel, waardoor alle vogels hals over kop opvliegen. Mijn militaire buurman zoekt tevergeefs dekking in zijn fraaie uniformkraag. Helaas, niets is bestand tegen het meer dan luide verzoek dat Michiel onmiddellijk binnen moet komen. En moet je zien. Michiel doet het ook nog. Daar kan ik mij op zaterdagmiddag zeer over verbazen. Geen idee of het hoort, ik doe het toch.

Boudewijn Paans