Maatweg

SOEST Achter de schutting gromt het. Niet gevaarlijk of gemeen. Nee, het is veel meer genoegzaam gegrom. Benieuwd naar de herkomst van het gegrom neem ik een kijkje achter de schutting. En zie: mijn vermoeden wordt bevestigd. Achter de eerder genoemde schutting wordt er gecopuleerd. Op z'n hondjes, dat het een lieve lust is.

De hoofdrolspelers zijn: de dobberman van de achterburen, en onze hond, een nagenoeg originele groenendaler. O ja, en de bazin van de dobberman staat er tevens naar te kijken. Het is net of ze met enige trots naar de verrichtingen van haar hond kijkt, maar ik kan me natuurlijk vergissen.

Een associatief beeld wat me te binnen schiet ziet er als volgt uit: man, uiteraard in hemdsmouwen, stormt een achterdeur uit. Hij heeft een volle emmer water in zijn handen en je hoeft niet te raden wat de man in kwestie uiteindelijk van plan is. Inderdaad, de emmer water is duidelijk bestemd voor de twee straathonden die op de stoep stormachtig de liefde aan het bedrijven zijn. Dat zal ze leren, is met koeienletters van het gezicht van het gezicht van de man af te lezen.

Slechts een moment wil ik die man imiteren. Ik laat het. Ik heb niet eens hemdsmouwen. En waar haal ik een, twee, drie een emmer vandaan? En dan moet ik zeker met een volle emmer water gaan remmen rennen, dat is vragen om ongelukken.

Daarbij, wie ben ik nu helemaal om moeder natuur een strobreed in de weg te leggen? Ik vind het toch al heel vreemd dat je vandaag aan de dag geen zogenaamde straathond op de weg meer tegenkomt. En vechtende honden zijn eveneens zeldzaam.

Heel stichtelijk zou nu de opmerking zijn dat het mij zal benieuwen wanneer de baasjes eindelijk wat meer op hun honden gaan lijken. Hoewel. copuleren op straat hoeft ook weer niet.

Dat gebeurt wel op internet.

Boudewijn Paans