Bosstraat

Met de beroemde keeper van SEC, Piet Schrijvers, heb ik nog gewerkt. Gevoetbald of zo? Nee. Ik zeg toch dat ik met Piet heb gewerkt. Vijf dagen lang van halfnegen tot halfzes.

Vader is daar trouwens maar wat jaloers op. Piet is immers zijn held. En aan de manier waarop hij zondags eet is haarfijn te zien of Piet thuis speelt. Vader weet dan namelijk niet hoe snel hij de gloeiend hete soep naar binnen moet werken. En dat gaat in ieder geval niet op de maat van het brave slavenkoor, dat steevast zondags op de Belgische zender klinkt.

Omdat moeder, zoals het hoort, niets met voetballen heeft, kan ze aan tafel niet nalaten om te informeren of vader geboren is met een loden luchtpijp. Vader zegt dan tussen de happen soep door dat ie heel snel naar Piet moet. Zoals mijn broer is 'getrouwd' met het volleybalspel kan je vader dag en nacht wakker maken voor KPS. Maar omdat de voetbalclub van het koninklijk paleis zondags nooit speelt, gaat vader vreemd aan de Bosstraat, bij SEC.

Maar plotseling is het daar uit met de pret. Jeetjemina Piet is weg. Piet is weggekocht. Nog net niet door een club in Spanje of zo. Nee, Piet maakt een overstap naar een vereniging in Amersfoort of all places. En het grote brein achter deze transfer is de meer dan fameuze reclameman Willem de Groot.

Hij zet Piet niet alleen tussen de palen. Hij bezorgt Piet ook een baantje op zijn bureau. Willem in de bocht. De beroemde keeper van SEC moet boodschapjes doen in Amersfoort. Pakjes en brieven rondbrengen.

Erg? Ben je mal. Met zeeën zweet op zijn voorhoofd sjouwt Piet blijmoedig van hot naar her. Wel, op een ochtend ontmoet ik Piet in de zwaar betegelde gang van Willems' reclamebureau.

(Wordt vervolgd)

Boudewijn Paans