Amsterdamsestraatweg

Nou, dat zeilkamp van een paar IVO-scholen in het land valt vies tegen. In Loosdrecht hebben niet eens op me gerekend. Ze denken daar vast nog: die mag toch niet van zijn moeder. O, ja en natuurlijk ook dat het gezeur in de keuken van Joost weinig heeft geholpen, zeg maar niets. En dan, verrassing: daar ben ik dan.

'Daar heb je hem ook nog' ,zie ik zelf iedereen kijken. Maar waar moet ik slapen? Niet in een kooi op die originele geriefelijke tjalk. Alle slaapplaatsen zijn al netjes verdeeld. Hoe nu? Ik word verbannen naar een blauwe tochtige tent. Ik ben te groot om te huilen en om heimwee te hebben, maar anders.

Gelukkig is Joost uit Haarlem daar weer. Een moderne jongen, met best wel lang haar voor een jongen. Nee, het is geen nozem of zo, maar Joost is wel anders dan de jongens in Soest of in Amersfoort, dat zie je in een oogopslag.

Joost gaat me gezelschap houden in die blauwe tochtige tent. Die tocht en de regen schelen hem niets. We maken het zelfs gezellig. En da's nog maar het begin van onze vriendschap, die nu al zestig jaar duurt.

Als geregistreerde sporthaters verzorgen we een zogenaamde sportkrant tijdens een zogenaamde IVO Olympiade. In de zogenaamde sportkrant beledigen we stelselmatig en vakkundig de docenten. Wij vinden dat leuk. De docenten niet. Hoewel? De sportleraar uit Bussum, zeg maar Theo, draagt onze satire als een man. Theo wil als het even kan één met de leerlingen zijn.

Joost en ik vinden intussen dat we heel erg goed zijn. Zo goed dat we ons zelf op z'n minst al zien zitten in de redactie van het weekblad Vrij Nederland. Uiteraard moet dat worden gevierd omdat alles en nog veel meer in de jaren zestig wordt gevierd.

Maar niet in Soest. Met nog een paar vrienden gaat het richting Antwerpen in vaders net gewassen Dauphine. Natuurlijk zeggen we daarover niets tegen vader daar we vaders nachtrust niet willen bederven. Trouwens we zijn al voorbij Nieuwerhoek. Paleis Soestdijk is al bijna in zicht.

En moet je horen, op de achterbank van de Dauphine wordt nogal vreemd en geheimzinnig gegniffeld. En als we vlakbij de marechaussees zijn wordt een portierraampje naar beneden gedraaid. En dan volgt het geluid van een pistoolschot.

Ik vloek en informeer wat we nu krijgen. Geen paniek. Het is een nepschot uit een neprevolver. Da's toch grappig en het is toch feest. Feest? Ja prinses Irene is verloofd met een meneer die zegt dat 'ie de koning van Spanje wordt. Voor de zekerheid geef ik vaders Dauphine nog wat extra gas.

(Wordt vervolgd)

Boudewijn Paans