Amsterdamsestraatweg

Op een zonnige dag lijkt me een eigen zwembad ook wel handig. Ik heb namelijk eindelijk mijn zwemdiploma gehaald. Het is dan wel een Duits document. In tien dagen gehaald, doch het is en blijft een diploma. Nou, en om papiertje nu zo maar in de kast te laten liggen vind ik zonde. Dus op naar een zweminrichting? Mij niet gezien. Dat gedoe met kaartjes, haakjes, gejoel, geloei, gefluit, gebonk, gespetter en gespat. Sommige trauma's hebben het eeuwige leven. Wat ik dan wil? Inderdaad, een eigen zwembad.

En zie eens aan: de meneren en mevrouwen van de Amsterdamse Bijenkorf doen een heus zwembad in de aanbieding. Het heeft een doorsnee van een meter of twee, is wel honderd centimeter diep en er gaat maar duizend liter water in.

Buurman boer in het andere dorp kijkt ook zijn ogen uit en hij niet alleen. Het zwembad is voor een blauwe maandag een doorslaand succes bij alle kinderen van het dorp. Nog heel even en ik kan thuisblijven en voor me zelf beginnen als badmeester.

Alleen wanneer ik eens gebruik maak van mijn droomaankoop - een glas Campari staat bij wijze van spreken al klaar - is mijn eigen badinrichting zo lek als een mandje. Later weet ik dat ik me met een gemankeerd bad in goed gezelschap bevind. Vrienden en kennissen, van Ibiza en de Franse Pyreneeën tot aan de Soesterbergsestraat, zitten eveneens om de haverklap met van die grote en kleine zwembadproblemen. Menig heer des huizes is overrijp voor een psychiatrische inrichting. In de tussentijd is de aanstaande patiënt overspannen bezig met sleutels, stokken, filters en tabletten om zijn zwembad boven water te houden.

Uiteindelijk vind ik een bad zonder gedoe van kaartjes en haakjes. Het ligt schuin tegenover het paleis Soestdijk, achter die ene villa incognito, en Pieter van den Hoogenband kan er zo zijn gang in gaan. Ik voel me in het bad als een vis in het water, ergo, ik zwem er nogal bloot in.

De villa incognito vindt dat geen probleem. De mevrouw van de marechaussee, die uit het niets opduikt, vindt dat wel. Bloot in Koninklijk water? Ik lijk wel gek. ik moet er onmiddellijk uit komen, anders zwaait er wat. Ik denk nog: zij van de marechaussee maakt een grapje, dus reageer ik iets in de geest van: ja, doei en laat haar nog even zien hoe goed ik wel Duits kan watertrappelen.

Oké, reageert de mevrouw in haar prachtig uniform van de marechaussee. Wanneer ik er niet onmiddellijk uit kom, dreigt ze om mijn kleren in beslag te nemen.

(Wordt vervolgd)

Boudewijn Paans